Vervoeging van afraden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afraden
to dissuade, to discourage
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)raad af
Verleden tijd (ik)raadde af
Voltooid deelwoordafgeraden
Volledige vervoeging van het werkwoord afraden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik raad af
jij raadt af (inversie: raad af jij)
u raadt af
hij/zij/het raadt af
wij raden af
jullie raden af
zij raden af

Verleden tijd

ik raadde af
jij raadde af
u raadde af
hij/zij/het raadde af
wij raadden af
jullie raadden af
zij raadden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afraad
(dat) jij afraadt
(dat) u afraadt
(dat) hij/zij/het afraadt
(dat) wij afraden
(dat) jullie afraden
(dat) zij afraden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afraadde
(dat) jij afraadde
(dat) u afraadde
(dat) hij/zij/het afraadde
(dat) wij afraadden
(dat) jullie afraadden
(dat) zij afraadden

Gebiedende wijs

Imperatief

raad af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afraden

Gerundium

afraden

Onvoltooid deelwoord

afradend

Voltooid deelwoord

afgeraden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.