Vervoeging van afprijzen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afprijzen
to discount, reduce the price of some product or service
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)prijs af
Verleden tijd (ik)prijsde af
Voltooid deelwoordafgeprijsd
Volledige vervoeging van het werkwoord afprijzen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik prijs af
jij prijst af (inversie: prijs af jij)
u prijst af
hij/zij/het prijst af
wij prijzen af
jullie prijzen af
zij prijzen af

Verleden tijd

ik prijsde af
jij prijsde af
u prijsde af
hij/zij/het prijsde af
wij prijsden af
jullie prijsden af
zij prijsden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afprijs
(dat) jij afprijst
(dat) u afprijst
(dat) hij/zij/het afprijst
(dat) wij afprijzen
(dat) jullie afprijzen
(dat) zij afprijzen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afprijsde
(dat) jij afprijsde
(dat) u afprijsde
(dat) hij/zij/het afprijsde
(dat) wij afprijsden
(dat) jullie afprijsden
(dat) zij afprijsden

Gebiedende wijs

Imperatief

prijs af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afprijzen

Gerundium

afprijzen

Onvoltooid deelwoord

afprijzend

Voltooid deelwoord

afgeprijsd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.