to dismiss, to brush off, to blow off, to shirk
Tegenwoordige tijd (ik)poeier af
Verleden tijd (ik)poeierde af
Voltooid deelwoordafgepoeierd
Volledige vervoeging van het werkwoord afpoeieren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik poeier af
jij poeiert af (inversie: poeier af jij)
u poeiert af
hij/zij/het poeiert af
wij poeieren af
jullie poeieren af
zij poeieren af
Verleden tijd
ik poeierde af
jij poeierde af
u poeierde af
hij/zij/het poeierde af
wij poeierden af
jullie poeierden af
zij poeierden af
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik afpoeier
(dat) jij afpoeiert
(dat) u afpoeiert
(dat) hij/zij/het afpoeiert
(dat) wij afpoeieren
(dat) jullie afpoeieren
(dat) zij afpoeieren
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik afpoeierde
(dat) jij afpoeierde
(dat) u afpoeierde
(dat) hij/zij/het afpoeierde
(dat) wij afpoeierden
(dat) jullie afpoeierden
(dat) zij afpoeierden
Gebiedende wijs
Imperatief
poeier af
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
afpoeieren
Gerundium
afpoeieren
Onvoltooid deelwoord
afpoeierend
Voltooid deelwoord
afgepoeierd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.