Vervoeging van afplatten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afplatten
to flatten
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)plat af
Verleden tijd (ik)platte af
Voltooid deelwoordafgeplat
Volledige vervoeging van het werkwoord afplatten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik plat af
jij plat af
u plat af
hij/zij/het plat af
wij platten af
jullie platten af
zij platten af

Verleden tijd

ik platte af
jij platte af
u platte af
hij/zij/het platte af
wij platten af
jullie platten af
zij platten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afplat
(dat) jij afplat
(dat) u afplat
(dat) hij/zij/het afplat
(dat) wij afplatten
(dat) jullie afplatten
(dat) zij afplatten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afplatte
(dat) jij afplatte
(dat) u afplatte
(dat) hij/zij/het afplatte
(dat) wij afplatten
(dat) jullie afplatten
(dat) zij afplatten

Gebiedende wijs

Imperatief

plat af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afplatten

Gerundium

afplatten

Onvoltooid deelwoord

afplattend

Voltooid deelwoord

afgeplat

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.