Vervoeging van afpersen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afpersen
to extort
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)pers af
Verleden tijd (ik)perste af
Voltooid deelwoordafgeperst
Volledige vervoeging van het werkwoord afpersen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik pers af
jij perst af (inversie: pers af jij)
u perst af
hij/zij/het perst af
wij persen af
jullie persen af
zij persen af

Verleden tijd

ik perste af
jij perste af
u perste af
hij/zij/het perste af
wij persten af
jullie persten af
zij persten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afpers
(dat) jij afperst
(dat) u afperst
(dat) hij/zij/het afperst
(dat) wij afpersen
(dat) jullie afpersen
(dat) zij afpersen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afperste
(dat) jij afperste
(dat) u afperste
(dat) hij/zij/het afperste
(dat) wij afpersten
(dat) jullie afpersten
(dat) zij afpersten

Gebiedende wijs

Imperatief

pers af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afpersen

Gerundium

afpersen

Onvoltooid deelwoord

afpersend

Voltooid deelwoord

afgeperst

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.