Vervoeging van afpeigeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afpeigeren
to tire out, to exhaust, to wear out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)peiger af
Verleden tijd (ik)peigerde af
Voltooid deelwoordafgepeigerd
Volledige vervoeging van het werkwoord afpeigeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik peiger af
jij peigert af (inversie: peiger af jij)
u peigert af
hij/zij/het peigert af
wij peigeren af
jullie peigeren af
zij peigeren af

Verleden tijd

ik peigerde af
jij peigerde af
u peigerde af
hij/zij/het peigerde af
wij peigerden af
jullie peigerden af
zij peigerden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afpeiger
(dat) jij afpeigert
(dat) u afpeigert
(dat) hij/zij/het afpeigert
(dat) wij afpeigeren
(dat) jullie afpeigeren
(dat) zij afpeigeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afpeigerde
(dat) jij afpeigerde
(dat) u afpeigerde
(dat) hij/zij/het afpeigerde
(dat) wij afpeigerden
(dat) jullie afpeigerden
(dat) zij afpeigerden

Gebiedende wijs

Imperatief

peiger af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afpeigeren

Gerundium

afpeigeren

Onvoltooid deelwoord

afpeigerend

Voltooid deelwoord

afgepeigerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.