Vervoeging van afneuzen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afneuzen
to peek (at) in order to copy, to plagiarise
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)neus af
Verleden tijd (ik)neusde af
Voltooid deelwoordafgeneusd
Volledige vervoeging van het werkwoord afneuzen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik neus af
jij neust af (inversie: neus af jij)
u neust af
hij/zij/het neust af
wij neuzen af
jullie neuzen af
zij neuzen af

Verleden tijd

ik neusde af
jij neusde af
u neusde af
hij/zij/het neusde af
wij neusden af
jullie neusden af
zij neusden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afneus
(dat) jij afneust
(dat) u afneust
(dat) hij/zij/het afneust
(dat) wij afneuzen
(dat) jullie afneuzen
(dat) zij afneuzen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afneusde
(dat) jij afneusde
(dat) u afneusde
(dat) hij/zij/het afneusde
(dat) wij afneusden
(dat) jullie afneusden
(dat) zij afneusden

Gebiedende wijs

Imperatief

neus af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afneuzen

Gerundium

afneuzen

Onvoltooid deelwoord

afneuzend

Voltooid deelwoord

afgeneusd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.