Vervoeging van afmotten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afmotten
to clobber a person fiercely (with one's fists)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)mot af
Verleden tijd (ik)motte af
Voltooid deelwoordafgemot
Volledige vervoeging van het werkwoord afmotten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik mot af
jij mot af
u mot af
hij/zij/het mot af
wij motten af
jullie motten af
zij motten af

Verleden tijd

ik motte af
jij motte af
u motte af
hij/zij/het motte af
wij motten af
jullie motten af
zij motten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afmot
(dat) jij afmot
(dat) u afmot
(dat) hij/zij/het afmot
(dat) wij afmotten
(dat) jullie afmotten
(dat) zij afmotten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afmotte
(dat) jij afmotte
(dat) u afmotte
(dat) hij/zij/het afmotte
(dat) wij afmotten
(dat) jullie afmotten
(dat) zij afmotten

Gebiedende wijs

Imperatief

mot af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afmotten

Gerundium

afmotten

Onvoltooid deelwoord

afmottend

Voltooid deelwoord

afgemot

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.