Vervoeging van afmeten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afmeten
to measure off
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)meet af
Verleden tijd (ik)mat af
Voltooid deelwoordafgemeten
Volledige vervoeging van het werkwoord afmeten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik meet af
jij meet af
u meet af
hij/zij/het meet af
wij meten af
jullie meten af
zij meten af

Verleden tijd

ik mat af
jij mat af
u mat af
hij/zij/het mat af
wij maten af
jullie maten af
zij maten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afmeet
(dat) jij afmeet
(dat) u afmeet
(dat) hij/zij/het afmeet
(dat) wij afmeten
(dat) jullie afmeten
(dat) zij afmeten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afmat
(dat) jij afmat
(dat) u afmat
(dat) hij/zij/het afmat
(dat) wij afmaten
(dat) jullie afmaten
(dat) zij afmaten

Gebiedende wijs

Imperatief

meet af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afmeten

Gerundium

afmeten

Onvoltooid deelwoord

afmetend

Voltooid deelwoord

afgemeten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.