Vervoeging van aflijven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aflijven
to depart from life, die
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lijf af
Verleden tijd (ik)lijfde af
Voltooid deelwoordafgelijfd
Volledige vervoeging van het werkwoord aflijven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lijf af
jij lijft af (inversie: lijf af jij)
u lijft af
hij/zij/het lijft af
wij lijven af
jullie lijven af
zij lijven af

Verleden tijd

ik lijfde af
jij lijfde af
u lijfde af
hij/zij/het lijfde af
wij lijfden af
jullie lijfden af
zij lijfden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aflijf
(dat) jij aflijft
(dat) u aflijft
(dat) hij/zij/het aflijft
(dat) wij aflijven
(dat) jullie aflijven
(dat) zij aflijven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aflijfde
(dat) jij aflijfde
(dat) u aflijfde
(dat) hij/zij/het aflijfde
(dat) wij aflijfden
(dat) jullie aflijfden
(dat) zij aflijfden

Gebiedende wijs

Imperatief

lijf af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aflijven

Gerundium

aflijven

Onvoltooid deelwoord

aflijvend

Voltooid deelwoord

afgelijfd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.