Vervoeging van afliegen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afliegen
to disavow, to deny association
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)lieg af
Verleden tijd (ik)loog af
Voltooid deelwoordafgelogen
Volledige vervoeging van het werkwoord afliegen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik lieg af
jij liegt af (inversie: lieg af jij)
u liegt af
hij/zij/het liegt af
wij liegen af
jullie liegen af
zij liegen af

Verleden tijd

ik loog af
jij loog af
u loog af
hij/zij/het loog af
wij logen af
jullie logen af
zij logen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aflieg
(dat) jij afliegt
(dat) u afliegt
(dat) hij/zij/het afliegt
(dat) wij afliegen
(dat) jullie afliegen
(dat) zij afliegen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afloog
(dat) jij afloog
(dat) u afloog
(dat) hij/zij/het afloog
(dat) wij aflogen
(dat) jullie aflogen
(dat) zij aflogen

Gebiedende wijs

Imperatief

lieg af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afliegen

Gerundium

afliegen

Onvoltooid deelwoord

afliegend

Voltooid deelwoord

afgelogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.