Vervoeging van afleunen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afleunen
to decline (an invite, offer or proposal), to refuse
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leun af
Verleden tijd (ik)leunde af
Voltooid deelwoordafgeleund
Volledige vervoeging van het werkwoord afleunen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leun af
jij leunt af (inversie: leun af jij)
u leunt af
hij/zij/het leunt af
wij leunen af
jullie leunen af
zij leunen af

Verleden tijd

ik leunde af
jij leunde af
u leunde af
hij/zij/het leunde af
wij leunden af
jullie leunden af
zij leunden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afleun
(dat) jij afleunt
(dat) u afleunt
(dat) hij/zij/het afleunt
(dat) wij afleunen
(dat) jullie afleunen
(dat) zij afleunen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afleunde
(dat) jij afleunde
(dat) u afleunde
(dat) hij/zij/het afleunde
(dat) wij afleunden
(dat) jullie afleunden
(dat) zij afleunden

Gebiedende wijs

Imperatief

leun af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afleunen

Gerundium

afleunen

Onvoltooid deelwoord

afleunend

Voltooid deelwoord

afgeleund

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.