Vervoeging van afleiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afleiden
to infer, deduce
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)leid af
Verleden tijd (ik)leidde af
Voltooid deelwoordafgeleid
Volledige vervoeging van het werkwoord afleiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik leid af
jij leidt af (inversie: leid af jij)
u leidt af
hij/zij/het leidt af
wij leiden af
jullie leiden af
zij leiden af

Verleden tijd

ik leidde af
jij leidde af
u leidde af
hij/zij/het leidde af
wij leidden af
jullie leidden af
zij leidden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afleid
(dat) jij afleidt
(dat) u afleidt
(dat) hij/zij/het afleidt
(dat) wij afleiden
(dat) jullie afleiden
(dat) zij afleiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afleidde
(dat) jij afleidde
(dat) u afleidde
(dat) hij/zij/het afleidde
(dat) wij afleidden
(dat) jullie afleidden
(dat) zij afleidden

Gebiedende wijs

Imperatief

leid af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afleiden

Gerundium

afleiden

Onvoltooid deelwoord

afleidend

Voltooid deelwoord

afgeleid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.