Vervoeging van afkruiden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afkruiden
To finish a dish by adding seasoning to it.
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kruid af
Verleden tijd (ik)kruidde af
Voltooid deelwoordafgekruid
Volledige vervoeging van het werkwoord afkruiden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kruid af
jij kruidt af (inversie: kruid af jij)
u kruidt af
hij/zij/het kruidt af
wij kruiden af
jullie kruiden af
zij kruiden af

Verleden tijd

ik kruidde af
jij kruidde af
u kruidde af
hij/zij/het kruidde af
wij kruidden af
jullie kruidden af
zij kruidden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afkruid
(dat) jij afkruidt
(dat) u afkruidt
(dat) hij/zij/het afkruidt
(dat) wij afkruiden
(dat) jullie afkruiden
(dat) zij afkruiden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afkruidde
(dat) jij afkruidde
(dat) u afkruidde
(dat) hij/zij/het afkruidde
(dat) wij afkruidden
(dat) jullie afkruidden
(dat) zij afkruidden

Gebiedende wijs

Imperatief

kruid af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afkruiden

Gerundium

afkruiden

Onvoltooid deelwoord

afkruidend

Voltooid deelwoord

afgekruid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.