Vervoeging van afkondigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afkondigen
to declare, proclaim
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kondig af
Verleden tijd (ik)kondigde af
Voltooid deelwoordafgekondigd
Volledige vervoeging van het werkwoord afkondigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kondig af
jij kondigt af (inversie: kondig af jij)
u kondigt af
hij/zij/het kondigt af
wij kondigen af
jullie kondigen af
zij kondigen af

Verleden tijd

ik kondigde af
jij kondigde af
u kondigde af
hij/zij/het kondigde af
wij kondigden af
jullie kondigden af
zij kondigden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afkondig
(dat) jij afkondigt
(dat) u afkondigt
(dat) hij/zij/het afkondigt
(dat) wij afkondigen
(dat) jullie afkondigen
(dat) zij afkondigen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afkondigde
(dat) jij afkondigde
(dat) u afkondigde
(dat) hij/zij/het afkondigde
(dat) wij afkondigden
(dat) jullie afkondigden
(dat) zij afkondigden

Gebiedende wijs

Imperatief

kondig af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afkondigen

Gerundium

afkondigen

Onvoltooid deelwoord

afkondigend

Voltooid deelwoord

afgekondigd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.