Vervoeging van afkoelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afkoelen
to cool off, cool down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)koel af
Verleden tijd (ik)koelde af
Voltooid deelwoordafgekoeld
Volledige vervoeging van het werkwoord afkoelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik koel af
jij koelt af (inversie: koel af jij)
u koelt af
hij/zij/het koelt af
wij koelen af
jullie koelen af
zij koelen af

Verleden tijd

ik koelde af
jij koelde af
u koelde af
hij/zij/het koelde af
wij koelden af
jullie koelden af
zij koelden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afkoel
(dat) jij afkoelt
(dat) u afkoelt
(dat) hij/zij/het afkoelt
(dat) wij afkoelen
(dat) jullie afkoelen
(dat) zij afkoelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afkoelde
(dat) jij afkoelde
(dat) u afkoelde
(dat) hij/zij/het afkoelde
(dat) wij afkoelden
(dat) jullie afkoelden
(dat) zij afkoelden

Gebiedende wijs

Imperatief

koel af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afkoelen

Gerundium

afkoelen

Onvoltooid deelwoord

afkoelend

Voltooid deelwoord

afgekoeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.