Vervoeging van afkeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afkeren
to turn away
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)keer af
Verleden tijd (ik)keerde af
Voltooid deelwoordafgekeerd
Volledige vervoeging van het werkwoord afkeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik keer af
jij keert af (inversie: keer af jij)
u keert af
hij/zij/het keert af
wij keren af
jullie keren af
zij keren af

Verleden tijd

ik keerde af
jij keerde af
u keerde af
hij/zij/het keerde af
wij keerden af
jullie keerden af
zij keerden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afkeer
(dat) jij afkeert
(dat) u afkeert
(dat) hij/zij/het afkeert
(dat) wij afkeren
(dat) jullie afkeren
(dat) zij afkeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afkeerde
(dat) jij afkeerde
(dat) u afkeerde
(dat) hij/zij/het afkeerde
(dat) wij afkeerden
(dat) jullie afkeerden
(dat) zij afkeerden

Gebiedende wijs

Imperatief

keer af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afkeren

Gerundium

afkeren

Onvoltooid deelwoord

afkerend

Voltooid deelwoord

afgekeerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.