Vervoeging van afkalven

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afkalven
to cave in or calve off, to crumble off, to erode
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)kalf af
Verleden tijd (ik)kalfde af
Voltooid deelwoordafgekalfd
Volledige vervoeging van het werkwoord afkalven: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik kalf af
jij kalft af (inversie: kalf af jij)
u kalft af
hij/zij/het kalft af
wij kalven af
jullie kalven af
zij kalven af

Verleden tijd

ik kalfde af
jij kalfde af
u kalfde af
hij/zij/het kalfde af
wij kalfden af
jullie kalfden af
zij kalfden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afkalf
(dat) jij afkalft
(dat) u afkalft
(dat) hij/zij/het afkalft
(dat) wij afkalven
(dat) jullie afkalven
(dat) zij afkalven

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afkalfde
(dat) jij afkalfde
(dat) u afkalfde
(dat) hij/zij/het afkalfde
(dat) wij afkalfden
(dat) jullie afkalfden
(dat) zij afkalfden

Gebiedende wijs

Imperatief

kalf af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afkalven

Gerundium

afkalven

Onvoltooid deelwoord

afkalvend

Voltooid deelwoord

afgekalfd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.