Vervoeging van afhuren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afhuren
to rent (a property)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)huur af
Verleden tijd (ik)huurde af
Voltooid deelwoordafgehuurd
Volledige vervoeging van het werkwoord afhuren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik huur af
jij huurt af (inversie: huur af jij)
u huurt af
hij/zij/het huurt af
wij huren af
jullie huren af
zij huren af

Verleden tijd

ik huurde af
jij huurde af
u huurde af
hij/zij/het huurde af
wij huurden af
jullie huurden af
zij huurden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afhuur
(dat) jij afhuurt
(dat) u afhuurt
(dat) hij/zij/het afhuurt
(dat) wij afhuren
(dat) jullie afhuren
(dat) zij afhuren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afhuurde
(dat) jij afhuurde
(dat) u afhuurde
(dat) hij/zij/het afhuurde
(dat) wij afhuurden
(dat) jullie afhuurden
(dat) zij afhuurden

Gebiedende wijs

Imperatief

huur af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afhuren

Gerundium

afhuren

Onvoltooid deelwoord

afhurend

Voltooid deelwoord

afgehuurd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.