Vervoeging van afhouden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afhouden
to bar, to keep away
irregular separable strong
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)hou af / houd af
Verleden tijd (ik)hield af
Voltooid deelwoordafgehouden
Volledige vervoeging van het werkwoord afhouden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik hou af / houd af
jij houdt af / hou af / houd af
u houdt af
hij/zij/het houdt af
wij houden af
jullie houden af
zij houden af

Verleden tijd

ik hield af
jij hield af
u hield af
hij/zij/het hield af
wij hielden af
jullie hielden af
zij hielden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afhou / afhoud
(dat) jij afhoudt
(dat) u afhoudt
(dat) hij/zij/het afhoudt
(dat) wij afhouden
(dat) jullie afhouden
(dat) zij afhouden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afhield
(dat) jij afhield
(dat) u afhield
(dat) hij/zij/het afhield
(dat) wij afhielden
(dat) jullie afhielden
(dat) zij afhielden

Gebiedende wijs

Imperatief

hou af / houd af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afhouden

Gerundium

afhouden

Onvoltooid deelwoord

afhoudend

Voltooid deelwoord

afgehouden

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.