to fence off (to make something out of bounds by means of barriers)
Tegenwoordige tijd (ik)hein af
Verleden tijd (ik)heinde af
Voltooid deelwoordafgeheind
Volledige vervoeging van het werkwoord afheinen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik hein af
jij heint af (inversie: hein af jij)
u heint af
hij/zij/het heint af
wij heinen af
jullie heinen af
zij heinen af
Verleden tijd
ik heinde af
jij heinde af
u heinde af
hij/zij/het heinde af
wij heinden af
jullie heinden af
zij heinden af
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik afhein
(dat) jij afheint
(dat) u afheint
(dat) hij/zij/het afheint
(dat) wij afheinen
(dat) jullie afheinen
(dat) zij afheinen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik afheinde
(dat) jij afheinde
(dat) u afheinde
(dat) hij/zij/het afheinde
(dat) wij afheinden
(dat) jullie afheinden
(dat) zij afheinden
Gebiedende wijs
Imperatief
hein af
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
afheinen
Gerundium
afheinen
Onvoltooid deelwoord
afheinend
Voltooid deelwoord
afgeheind
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.