to pick up, take away (of e.g. a placed order)
Tegenwoordige tijd (ik)haal af
Verleden tijd (ik)haalde af
Voltooid deelwoordafgehaald
Volledige vervoeging van het werkwoord afhalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik haal af
jij haalt af (inversie: haal af jij)
u haalt af
hij/zij/het haalt af
wij halen af
jullie halen af
zij halen af
Verleden tijd
ik haalde af
jij haalde af
u haalde af
hij/zij/het haalde af
wij haalden af
jullie haalden af
zij haalden af
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik afhaal
(dat) jij afhaalt
(dat) u afhaalt
(dat) hij/zij/het afhaalt
(dat) wij afhalen
(dat) jullie afhalen
(dat) zij afhalen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik afhaalde
(dat) jij afhaalde
(dat) u afhaalde
(dat) hij/zij/het afhaalde
(dat) wij afhaalden
(dat) jullie afhaalden
(dat) zij afhaalden
Gebiedende wijs
Imperatief
haal af
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
afhalen
Gerundium
afhalen
Onvoltooid deelwoord
afhalend
Voltooid deelwoord
afgehaald
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.