Vervoeging van afhalen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afhalen
to pick up, take away (of e.g. a placed order)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)haal af
Verleden tijd (ik)haalde af
Voltooid deelwoordafgehaald
Volledige vervoeging van het werkwoord afhalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik haal af
jij haalt af (inversie: haal af jij)
u haalt af
hij/zij/het haalt af
wij halen af
jullie halen af
zij halen af

Verleden tijd

ik haalde af
jij haalde af
u haalde af
hij/zij/het haalde af
wij haalden af
jullie haalden af
zij haalden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afhaal
(dat) jij afhaalt
(dat) u afhaalt
(dat) hij/zij/het afhaalt
(dat) wij afhalen
(dat) jullie afhalen
(dat) zij afhalen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afhaalde
(dat) jij afhaalde
(dat) u afhaalde
(dat) hij/zij/het afhaalde
(dat) wij afhaalden
(dat) jullie afhaalden
(dat) zij afhaalden

Gebiedende wijs

Imperatief

haal af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afhalen

Gerundium

afhalen

Onvoltooid deelwoord

afhalend

Voltooid deelwoord

afgehaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.