Vervoeging van afduwen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afduwen
to push off
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)duw af
Verleden tijd (ik)duwde af
Voltooid deelwoordafgeduwd
Volledige vervoeging van het werkwoord afduwen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik duw af
jij duwt af (inversie: duw af jij)
u duwt af
hij/zij/het duwt af
wij duwen af
jullie duwen af
zij duwen af

Verleden tijd

ik duwde af
jij duwde af
u duwde af
hij/zij/het duwde af
wij duwden af
jullie duwden af
zij duwden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afduw
(dat) jij afduwt
(dat) u afduwt
(dat) hij/zij/het afduwt
(dat) wij afduwen
(dat) jullie afduwen
(dat) zij afduwen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afduwde
(dat) jij afduwde
(dat) u afduwde
(dat) hij/zij/het afduwde
(dat) wij afduwden
(dat) jullie afduwden
(dat) zij afduwden

Gebiedende wijs

Imperatief

duw af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afduwen

Gerundium

afduwen

Onvoltooid deelwoord

afduwend

Voltooid deelwoord

afgeduwd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.