Vervoeging van afdonderen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afdonderen
to fall off, to fall down
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)donder af
Verleden tijd (ik)donderde af
Voltooid deelwoordafgedonderd
Volledige vervoeging van het werkwoord afdonderen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik donder af
jij dondert af (inversie: donder af jij)
u dondert af
hij/zij/het dondert af
wij donderen af
jullie donderen af
zij donderen af

Verleden tijd

ik donderde af
jij donderde af
u donderde af
hij/zij/het donderde af
wij donderden af
jullie donderden af
zij donderden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afdonder
(dat) jij afdondert
(dat) u afdondert
(dat) hij/zij/het afdondert
(dat) wij afdonderen
(dat) jullie afdonderen
(dat) zij afdonderen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afdonderde
(dat) jij afdonderde
(dat) u afdonderde
(dat) hij/zij/het afdonderde
(dat) wij afdonderden
(dat) jullie afdonderden
(dat) zij afdonderden

Gebiedende wijs

Imperatief

donder af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afdonderen

Gerundium

afdonderen

Onvoltooid deelwoord

afdonderend

Voltooid deelwoord

afgedonderd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.