to dyke off (to enclose or divert a stream by building a dyke)
Tegenwoordige tijd (ik)dijk af
Verleden tijd (ik)dijkte af
Voltooid deelwoordafgedijkt
Volledige vervoeging van het werkwoord afdijken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik dijk af
jij dijkt af (inversie: dijk af jij)
u dijkt af
hij/zij/het dijkt af
wij dijken af
jullie dijken af
zij dijken af
Verleden tijd
ik dijkte af
jij dijkte af
u dijkte af
hij/zij/het dijkte af
wij dijkten af
jullie dijkten af
zij dijkten af
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik afdijk
(dat) jij afdijkt
(dat) u afdijkt
(dat) hij/zij/het afdijkt
(dat) wij afdijken
(dat) jullie afdijken
(dat) zij afdijken
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik afdijkte
(dat) jij afdijkte
(dat) u afdijkte
(dat) hij/zij/het afdijkte
(dat) wij afdijkten
(dat) jullie afdijkten
(dat) zij afdijkten
Gebiedende wijs
Imperatief
dijk af
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
afdijken
Gerundium
afdijken
Onvoltooid deelwoord
afdijkend
Voltooid deelwoord
afgedijkt
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.