Vervoeging van afdalen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afdalen
to descend
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)daal af
Verleden tijd (ik)daalde af
Voltooid deelwoordafgedaald
Volledige vervoeging van het werkwoord afdalen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik daal af
jij daalt af (inversie: daal af jij)
u daalt af
hij/zij/het daalt af
wij dalen af
jullie dalen af
zij dalen af

Verleden tijd

ik daalde af
jij daalde af
u daalde af
hij/zij/het daalde af
wij daalden af
jullie daalden af
zij daalden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afdaal
(dat) jij afdaalt
(dat) u afdaalt
(dat) hij/zij/het afdaalt
(dat) wij afdalen
(dat) jullie afdalen
(dat) zij afdalen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afdaalde
(dat) jij afdaalde
(dat) u afdaalde
(dat) hij/zij/het afdaalde
(dat) wij afdaalden
(dat) jullie afdaalden
(dat) zij afdaalden

Gebiedende wijs

Imperatief

daal af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afdalen

Gerundium

afdalen

Onvoltooid deelwoord

afdalend

Voltooid deelwoord

afgedaald

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.