Vervoeging van afbuigen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afbuigen
to bend/curve away
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)buig af
Verleden tijd (ik)boog af
Voltooid deelwoordafgebogen
Volledige vervoeging van het werkwoord afbuigen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik buig af
jij buigt af (inversie: buig af jij)
u buigt af
hij/zij/het buigt af
wij buigen af
jullie buigen af
zij buigen af

Verleden tijd

ik boog af
jij boog af
u boog af
hij/zij/het boog af
wij bogen af
jullie bogen af
zij bogen af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afbuig
(dat) jij afbuigt
(dat) u afbuigt
(dat) hij/zij/het afbuigt
(dat) wij afbuigen
(dat) jullie afbuigen
(dat) zij afbuigen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afboog
(dat) jij afboog
(dat) u afboog
(dat) hij/zij/het afboog
(dat) wij afbogen
(dat) jullie afbogen
(dat) zij afbogen

Gebiedende wijs

Imperatief

buig af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afbuigen

Gerundium

afbuigen

Onvoltooid deelwoord

afbuigend

Voltooid deelwoord

afgebogen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.