Vervoeging van afbottelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afbottelen
to bottle
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bottel af
Verleden tijd (ik)bottelde af
Voltooid deelwoordafgebotteld
Volledige vervoeging van het werkwoord afbottelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bottel af
jij bottelt af (inversie: bottel af jij)
u bottelt af
hij/zij/het bottelt af
wij bottelen af
jullie bottelen af
zij bottelen af

Verleden tijd

ik bottelde af
jij bottelde af
u bottelde af
hij/zij/het bottelde af
wij bottelden af
jullie bottelden af
zij bottelden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afbottel
(dat) jij afbottelt
(dat) u afbottelt
(dat) hij/zij/het afbottelt
(dat) wij afbottelen
(dat) jullie afbottelen
(dat) zij afbottelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afbottelde
(dat) jij afbottelde
(dat) u afbottelde
(dat) hij/zij/het afbottelde
(dat) wij afbottelden
(dat) jullie afbottelden
(dat) zij afbottelden

Gebiedende wijs

Imperatief

bottel af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afbottelen

Gerundium

afbottelen

Onvoltooid deelwoord

afbottelend

Voltooid deelwoord

afgebotteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.