Vervoeging van afborgen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afborgen
to borrow
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)borg af
Verleden tijd (ik)borgde af
Voltooid deelwoordafgeborgd
Volledige vervoeging van het werkwoord afborgen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik borg af
jij borgt af (inversie: borg af jij)
u borgt af
hij/zij/het borgt af
wij borgen af
jullie borgen af
zij borgen af

Verleden tijd

ik borgde af
jij borgde af
u borgde af
hij/zij/het borgde af
wij borgden af
jullie borgden af
zij borgden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afborg
(dat) jij afborgt
(dat) u afborgt
(dat) hij/zij/het afborgt
(dat) wij afborgen
(dat) jullie afborgen
(dat) zij afborgen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afborgde
(dat) jij afborgde
(dat) u afborgde
(dat) hij/zij/het afborgde
(dat) wij afborgden
(dat) jullie afborgden
(dat) zij afborgden

Gebiedende wijs

Imperatief

borg af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afborgen

Gerundium

afborgen

Onvoltooid deelwoord

afborgend

Voltooid deelwoord

afgeborgd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.