Vervoeging van afbeelden

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afbeelden
to portray, to depict, to represent
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)beeld af
Verleden tijd (ik)beeldde af
Voltooid deelwoordafgebeeld
Volledige vervoeging van het werkwoord afbeelden: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik beeld af
jij beeldt af (inversie: beeld af jij)
u beeldt af
hij/zij/het beeldt af
wij beelden af
jullie beelden af
zij beelden af

Verleden tijd

ik beeldde af
jij beeldde af
u beeldde af
hij/zij/het beeldde af
wij beeldden af
jullie beeldden af
zij beeldden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afbeeld
(dat) jij afbeeldt
(dat) u afbeeldt
(dat) hij/zij/het afbeeldt
(dat) wij afbeelden
(dat) jullie afbeelden
(dat) zij afbeelden

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afbeeldde
(dat) jij afbeeldde
(dat) u afbeeldde
(dat) hij/zij/het afbeeldde
(dat) wij afbeeldden
(dat) jullie afbeeldden
(dat) zij afbeeldden

Gebiedende wijs

Imperatief

beeld af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afbeelden

Gerundium

afbeelden

Onvoltooid deelwoord

afbeeldend

Voltooid deelwoord

afgebeeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.