Vervoeging van afbakken

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afbakken
to bake
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)bak af
Verleden tijd (ik)bakte af
Voltooid deelwoordafgebakken
Volledige vervoeging van het werkwoord afbakken: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik bak af
jij bakt af (inversie: bak af jij)
u bakt af
hij/zij/het bakt af
wij bakken af
jullie bakken af
zij bakken af

Verleden tijd

ik bakte af
jij bakte af
u bakte af
hij/zij/het bakte af
wij bakten af
jullie bakten af
zij bakten af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afbak
(dat) jij afbakt
(dat) u afbakt
(dat) hij/zij/het afbakt
(dat) wij afbakken
(dat) jullie afbakken
(dat) zij afbakken

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afbakte
(dat) jij afbakte
(dat) u afbakte
(dat) hij/zij/het afbakte
(dat) wij afbakten
(dat) jullie afbakten
(dat) zij afbakten

Gebiedende wijs

Imperatief

bak af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afbakken

Gerundium

afbakken

Onvoltooid deelwoord

afbakkend

Voltooid deelwoord

afgebakken

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.