Vervoeging van afbakenen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

afbakenen
to demarcate with beacons, stakes, or other signs, e.g. to stake out
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)baken af
Verleden tijd (ik)bakende af
Voltooid deelwoordafgebakend
Volledige vervoeging van het werkwoord afbakenen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik baken af
jij bakent af (inversie: baken af jij)
u bakent af
hij/zij/het bakent af
wij bakenen af
jullie bakenen af
zij bakenen af

Verleden tijd

ik bakende af
jij bakende af
u bakende af
hij/zij/het bakende af
wij bakenden af
jullie bakenden af
zij bakenden af

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik afbaken
(dat) jij afbakent
(dat) u afbakent
(dat) hij/zij/het afbakent
(dat) wij afbakenen
(dat) jullie afbakenen
(dat) zij afbakenen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik afbakende
(dat) jij afbakende
(dat) u afbakende
(dat) hij/zij/het afbakende
(dat) wij afbakenden
(dat) jullie afbakenden
(dat) zij afbakenden

Gebiedende wijs

Imperatief

baken af

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

afbakenen

Gerundium

afbakenen

Onvoltooid deelwoord

afbakenend

Voltooid deelwoord

afgebakend

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.