Vervoeging van adresseren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

adresseren
to address (direct, as words)
weak
Tegenwoordige tijd (ik)adresseer
Verleden tijd (ik)adresseerde
Voltooid deelwoordgeadresseerd
Volledige vervoeging van het werkwoord adresseren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik adresseer
jij adresseert (inversie: adresseer jij)
u adresseert
hij/zij/het adresseert
wij adresseren
jullie adresseren
zij adresseren

Verleden tijd

ik adresseerde
jij adresseerde
u adresseerde
hij/zij/het adresseerde
wij adresseerden
jullie adresseerden
zij adresseerden

Gebiedende wijs

Imperatief

adresseer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

adresseren

Gerundium

adresseren

Onvoltooid deelwoord

adresserend

Voltooid deelwoord

geadresseerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.