2 verschillende werkwoorden « achterlopen »:
achterlopen — to lag, to fall behind · achterlopen — to track down
to lag, to fall behind
Tegenwoordige tijd (ik)loop achter
Verleden tijd (ik)liep achter
Voltooid deelwoordachtergelopen
Volledige vervoeging van het werkwoord achterlopen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik loop achter
jij loopt achter (inversie: loop achter jij)
u loopt achter
hij/zij/het loopt achter
wij lopen achter
jullie lopen achter
zij lopen achter
Verleden tijd
ik liep achter
jij liep achter
u liep achter
hij/zij/het liep achter
wij liepen achter
jullie liepen achter
zij liepen achter
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik achterloop
(dat) jij achterloopt
(dat) u achterloopt
(dat) hij/zij/het achterloopt
(dat) wij achterlopen
(dat) jullie achterlopen
(dat) zij achterlopen
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik achterliep
(dat) jij achterliep
(dat) u achterliep
(dat) hij/zij/het achterliep
(dat) wij achterliepen
(dat) jullie achterliepen
(dat) zij achterliepen
Gebiedende wijs
Imperatief
loop achter
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
achterlopen
Gerundium
achterlopen
Onvoltooid deelwoord
achterlopend
Voltooid deelwoord
achtergelopen
to track down
Tegenwoordige tijd (ik)achterloop
Verleden tijd (ik)achterliep
Voltooid deelwoordachterlopen
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik achterloop
jij achterloopt (inversie: achterloop jij)
u achterloopt
hij/zij/het achterloopt
wij achterlopen
jullie achterlopen
zij achterlopen
Verleden tijd
ik achterliep
jij achterliep
u achterliep
hij/zij/het achterliep
wij achterliepen
jullie achterliepen
zij achterliepen
Gebiedende wijs
Imperatief
achterloop
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
achterlopen
Gerundium
achterlopen
Onvoltooid deelwoord
achterlopend
Voltooid deelwoord
achterlopen
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.