Vervoeging van abseilen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

abseilen
to abseil
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)seil ab
Verleden tijd (ik)seilde ab
Voltooid deelwoordabgeseild
Volledige vervoeging van het werkwoord abseilen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik seil ab
jij seilt ab (inversie: seil ab jij)
u seilt ab
hij/zij/het seilt ab
wij seilen ab
jullie seilen ab
zij seilen ab

Verleden tijd

ik seilde ab
jij seilde ab
u seilde ab
hij/zij/het seilde ab
wij seilden ab
jullie seilden ab
zij seilden ab

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik abseil
(dat) jij abseilt
(dat) u abseilt
(dat) hij/zij/het abseilt
(dat) wij abseilen
(dat) jullie abseilen
(dat) zij abseilen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik abseilde
(dat) jij abseilde
(dat) u abseilde
(dat) hij/zij/het abseilde
(dat) wij abseilden
(dat) jullie abseilden
(dat) zij abseilden

Gebiedende wijs

Imperatief

seil ab

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

abseilen

Gerundium

abseilen

Onvoltooid deelwoord

abseilend

Voltooid deelwoord

abgeseild

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.