to abduct, abduce (move away from the median axis of the body)
Tegenwoordige tijd (ik)abduceer
Verleden tijd (ik)abduceerde
Voltooid deelwoordgeabduceerd
Volledige vervoeging van het werkwoord abduceren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik abduceer
jij abduceert (inversie: abduceer jij)
u abduceert
hij/zij/het abduceert
wij abduceren
jullie abduceren
zij abduceren
Verleden tijd
ik abduceerde
jij abduceerde
u abduceerde
hij/zij/het abduceerde
wij abduceerden
jullie abduceerden
zij abduceerden
Gebiedende wijs
Imperatief
abduceer
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
abduceren
Gerundium
abduceren
Onvoltooid deelwoord
abducerend
Voltooid deelwoord
geabduceerd
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.