Vervoeging van abbreviëren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

abbreviëren
to abbreviate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)abbrevieer
Verleden tijd (ik)abbrevieerde
Voltooid deelwoordgeabbrevieerd
Volledige vervoeging van het werkwoord abbreviëren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik abbrevieer
jij abbrevieert (inversie: abbrevieer jij)
u abbrevieert
hij/zij/het abbrevieert
wij abbreviëren
jullie abbreviëren
zij abbreviëren

Verleden tijd

ik abbrevieerde
jij abbrevieerde
u abbrevieerde
hij/zij/het abbrevieerde
wij abbrevieerden
jullie abbrevieerden
zij abbrevieerden

Gebiedende wijs

Imperatief

abbrevieer

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

abbreviëren

Gerundium

abbreviëren

Onvoltooid deelwoord

abbreviërend

Voltooid deelwoord

geabbrevieerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.