Vervoeging van aarzelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aarzelen
to hesitate
weak
Tegenwoordige tijd (ik)aarzel
Verleden tijd (ik)aarzelde
Voltooid deelwoordgeaarzeld
Volledige vervoeging van het werkwoord aarzelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik aarzel
jij aarzelt (inversie: aarzel jij)
u aarzelt
hij/zij/het aarzelt
wij aarzelen
jullie aarzelen
zij aarzelen

Verleden tijd

ik aarzelde
jij aarzelde
u aarzelde
hij/zij/het aarzelde
wij aarzelden
jullie aarzelden
zij aarzelden

Gebiedende wijs

Imperatief

aarzel

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aarzelen

Gerundium

aarzelen

Onvoltooid deelwoord

aarzelend

Voltooid deelwoord

geaarzeld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.