Vervoeging van aanzwellen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanzwellen
to swell
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zwel aan
Verleden tijd (ik)zwol aan
Voltooid deelwoordaangezwollen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzwellen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zwel aan
jij zwelt aan (inversie: zwel aan jij)
u zwelt aan
hij/zij/het zwelt aan
wij zwellen aan
jullie zwellen aan
zij zwellen aan

Verleden tijd

ik zwol aan
jij zwol aan
u zwol aan
hij/zij/het zwol aan
wij zwollen aan
jullie zwollen aan
zij zwollen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanzwel
(dat) jij aanzwelt
(dat) u aanzwelt
(dat) hij/zij/het aanzwelt
(dat) wij aanzwellen
(dat) jullie aanzwellen
(dat) zij aanzwellen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanzwol
(dat) jij aanzwol
(dat) u aanzwol
(dat) hij/zij/het aanzwol
(dat) wij aanzwollen
(dat) jullie aanzwollen
(dat) zij aanzwollen

Gebiedende wijs

Imperatief

zwel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanzwellen

Gerundium

aanzwellen

Onvoltooid deelwoord

aanzwellend

Voltooid deelwoord

aangezwollen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.