Vervoeging van aanzouten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanzouten
to make salter, to salinate
separable strong weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zout aan
Verleden tijd (ik)zoutte aan
Voltooid deelwoordaangezouten
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzouten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zout aan
jij zout aan
u zout aan
hij/zij/het zout aan
wij zouten aan
jullie zouten aan
zij zouten aan

Verleden tijd

ik zoutte aan
jij zoutte aan
u zoutte aan
hij/zij/het zoutte aan
wij zoutten aan
jullie zoutten aan
zij zoutten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanzout
(dat) jij aanzout
(dat) u aanzout
(dat) hij/zij/het aanzout
(dat) wij aanzouten
(dat) jullie aanzouten
(dat) zij aanzouten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanzoutte
(dat) jij aanzoutte
(dat) u aanzoutte
(dat) hij/zij/het aanzoutte
(dat) wij aanzoutten
(dat) jullie aanzoutten
(dat) zij aanzoutten

Gebiedende wijs

Imperatief

zout aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanzouten

Gerundium

aanzouten

Onvoltooid deelwoord

aanzoutend

Voltooid deelwoord

aangezouten

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.