Vervoeging van aanzoeten

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanzoeten
to sweeten (to make or to become sweeter)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zoet aan
Verleden tijd (ik)zoette aan
Voltooid deelwoordaangezoet
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzoeten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zoet aan
jij zoet aan
u zoet aan
hij/zij/het zoet aan
wij zoeten aan
jullie zoeten aan
zij zoeten aan

Verleden tijd

ik zoette aan
jij zoette aan
u zoette aan
hij/zij/het zoette aan
wij zoetten aan
jullie zoetten aan
zij zoetten aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanzoet
(dat) jij aanzoet
(dat) u aanzoet
(dat) hij/zij/het aanzoet
(dat) wij aanzoeten
(dat) jullie aanzoeten
(dat) zij aanzoeten

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanzoette
(dat) jij aanzoette
(dat) u aanzoette
(dat) hij/zij/het aanzoette
(dat) wij aanzoetten
(dat) jullie aanzoetten
(dat) zij aanzoetten

Gebiedende wijs

Imperatief

zoet aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanzoeten

Gerundium

aanzoeten

Onvoltooid deelwoord

aanzoetend

Voltooid deelwoord

aangezoet

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.