to get ready to dine; to sit down at a table (to eat)
Tegenwoordige tijd (ik)zit aan
Verleden tijd (ik)zat aan
Voltooid deelwoordaangezeten
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzitten: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zit aan
jij zit aan
u zit aan
hij/zij/het zit aan
wij zitten aan
jullie zitten aan
zij zitten aan
Verleden tijd
ik zat aan
jij zat aan
u zat aan
hij/zij/het zat aan
wij zaten aan
jullie zaten aan
zij zaten aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanzit
(dat) jij aanzit
(dat) u aanzit
(dat) hij/zij/het aanzit
(dat) wij aanzitten
(dat) jullie aanzitten
(dat) zij aanzitten
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanzat
(dat) jij aanzat
(dat) u aanzat
(dat) hij/zij/het aanzat
(dat) wij aanzaten
(dat) jullie aanzaten
(dat) zij aanzaten
Gebiedende wijs
Imperatief
zit aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanzitten
Gerundium
aanzitten
Onvoltooid deelwoord
aanzittend
Voltooid deelwoord
aangezeten
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.