2 verschillende werkwoorden « aanzien »:
aanzien — to watch, to view · aanzien — to watch, to behold
to watch, to view
Tegenwoordige tijd (ik)zie aan
Verleden tijd (ik)zag aan
Voltooid deelwoordaangezien
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik zie aan
jij ziet aan (inversie: zie aan jij)
u ziet aan
hij/zij/het ziet aan
wij zien aan
jullie zien aan
zij zien aan
Verleden tijd
ik zag aan
jij zag aan
u zag aan
hij/zij/het zag aan
wij zagen aan
jullie zagen aan
zij zagen aan
Tegenwoordige tijd (bijzin)
(dat) ik aanzie
(dat) jij aanziet
(dat) u aanziet
(dat) hij/zij/het aanziet
(dat) wij aanzien
(dat) jullie aanzien
(dat) zij aanzien
Verleden tijd (bijzin)
(dat) ik aanzag
(dat) jij aanzag
(dat) u aanzag
(dat) hij/zij/het aanzag
(dat) wij aanzagen
(dat) jullie aanzagen
(dat) zij aanzagen
Gebiedende wijs
Imperatief
zie aan
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanzien
Gerundium
aanzien
Onvoltooid deelwoord
aanziend
Voltooid deelwoord
aangezien
to watch, to behold
Tegenwoordige tijd (ik)aanzie
Verleden tijd (ik)aanzag
Voltooid deelwoordaanzien
Indicatief
Tegenwoordige tijd
ik aanzie
jij aanziet (inversie: aanzie jij)
u aanziet
hij/zij/het aanziet
wij aanzien
jullie aanzien
zij aanzien
Verleden tijd
ik aanzag
jij aanzag
u aanzag
hij/zij/het aanzag
wij aanzagen
jullie aanzagen
zij aanzagen
Gebiedende wijs
Imperatief
aanzie
Onpersoonlijke vormen
Infinitief
aanzien
Gerundium
aanzien
Onvoltooid deelwoord
aanziend
Voltooid deelwoord
aanzien
Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.