Vervoeging van aanzeilen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanzeilen
to sail near, to arrive, approach or collide by sailing
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zeil aan
Verleden tijd (ik)zeilde aan
Voltooid deelwoordaangezeild
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzeilen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zeil aan
jij zeilt aan (inversie: zeil aan jij)
u zeilt aan
hij/zij/het zeilt aan
wij zeilen aan
jullie zeilen aan
zij zeilen aan

Verleden tijd

ik zeilde aan
jij zeilde aan
u zeilde aan
hij/zij/het zeilde aan
wij zeilden aan
jullie zeilden aan
zij zeilden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanzeil
(dat) jij aanzeilt
(dat) u aanzeilt
(dat) hij/zij/het aanzeilt
(dat) wij aanzeilen
(dat) jullie aanzeilen
(dat) zij aanzeilen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanzeilde
(dat) jij aanzeilde
(dat) u aanzeilde
(dat) hij/zij/het aanzeilde
(dat) wij aanzeilden
(dat) jullie aanzeilden
(dat) zij aanzeilden

Gebiedende wijs

Imperatief

zeil aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanzeilen

Gerundium

aanzeilen

Onvoltooid deelwoord

aanzeilend

Voltooid deelwoord

aangezeild

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.