Vervoeging van aanzeggen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanzeggen
to declare, to formally inform
irregular separable weak
scheidbaar
onregelmatig
Tegenwoordige tijd (ik)zeg aan
Verleden tijd (ik)zei aan / zegde aan
Voltooid deelwoordaangezegd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzeggen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zeg aan
jij zegt aan (inversie: zeg aan jij)
u zegt aan
hij/zij/het zegt aan
wij zeggen aan
jullie zeggen aan
zij zeggen aan

Verleden tijd

ik zei aan / zegde aan
jij zei aan (inversie: zegde aan jij)
u zei aan / zegde aan
hij/zij/het zei aan / zegde aan
wij zeiden aan / zegden aan
jullie zeiden aan / zegden aan
zij zeiden aan / zegden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanzeg
(dat) jij aanzegt
(dat) u aanzegt
(dat) hij/zij/het aanzegt
(dat) wij aanzeggen
(dat) jullie aanzeggen
(dat) zij aanzeggen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanzei / aanzegde
(dat) jij aanzei / aanzegde
(dat) u aanzei / aanzegde
(dat) hij/zij/het aanzei / aanzegde
(dat) wij aanzeiden / aanzegden
(dat) jullie aanzeiden / aanzegden
(dat) zij aanzeiden / aanzegden

Gebiedende wijs

Imperatief

zeg aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanzeggen

Gerundium

aanzeggen

Onvoltooid deelwoord

aanzeggend

Voltooid deelwoord

aangezegd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.