Vervoeging van aanzaaien

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanzaaien
to sow on (a patch of soil)
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)zaai aan
Verleden tijd (ik)zaaide aan
Voltooid deelwoordaangezaaid
Volledige vervoeging van het werkwoord aanzaaien: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik zaai aan
jij zaait aan (inversie: zaai aan jij)
u zaait aan
hij/zij/het zaait aan
wij zaaien aan
jullie zaaien aan
zij zaaien aan

Verleden tijd

ik zaaide aan
jij zaaide aan
u zaaide aan
hij/zij/het zaaide aan
wij zaaiden aan
jullie zaaiden aan
zij zaaiden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanzaai
(dat) jij aanzaait
(dat) u aanzaait
(dat) hij/zij/het aanzaait
(dat) wij aanzaaien
(dat) jullie aanzaaien
(dat) zij aanzaaien

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanzaaide
(dat) jij aanzaaide
(dat) u aanzaaide
(dat) hij/zij/het aanzaaide
(dat) wij aanzaaiden
(dat) jullie aanzaaiden
(dat) zij aanzaaiden

Gebiedende wijs

Imperatief

zaai aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanzaaien

Gerundium

aanzaaien

Onvoltooid deelwoord

aanzaaiend

Voltooid deelwoord

aangezaaid

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.