Vervoeging van aanwortelen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanwortelen
to take root, to develop roots and thereby become anchored in the soil
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)wortel aan
Verleden tijd (ik)wortelde aan
Voltooid deelwoordaangeworteld
Volledige vervoeging van het werkwoord aanwortelen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik wortel aan
jij wortelt aan (inversie: wortel aan jij)
u wortelt aan
hij/zij/het wortelt aan
wij wortelen aan
jullie wortelen aan
zij wortelen aan

Verleden tijd

ik wortelde aan
jij wortelde aan
u wortelde aan
hij/zij/het wortelde aan
wij wortelden aan
jullie wortelden aan
zij wortelden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanwortel
(dat) jij aanwortelt
(dat) u aanwortelt
(dat) hij/zij/het aanwortelt
(dat) wij aanwortelen
(dat) jullie aanwortelen
(dat) zij aanwortelen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanwortelde
(dat) jij aanwortelde
(dat) u aanwortelde
(dat) hij/zij/het aanwortelde
(dat) wij aanwortelden
(dat) jullie aanwortelden
(dat) zij aanwortelden

Gebiedende wijs

Imperatief

wortel aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanwortelen

Gerundium

aanwortelen

Onvoltooid deelwoord

aanwortelend

Voltooid deelwoord

aangeworteld

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.