Vervoeging van aanwoekeren

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanwoekeren
to increase abundantly to the point of overgrowth, to mushroom, to overgrow
separable weak
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)woeker aan
Verleden tijd (ik)woekerde aan
Voltooid deelwoordaangewoekerd
Volledige vervoeging van het werkwoord aanwoekeren: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik woeker aan
jij woekert aan (inversie: woeker aan jij)
u woekert aan
hij/zij/het woekert aan
wij woekeren aan
jullie woekeren aan
zij woekeren aan

Verleden tijd

ik woekerde aan
jij woekerde aan
u woekerde aan
hij/zij/het woekerde aan
wij woekerden aan
jullie woekerden aan
zij woekerden aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanwoeker
(dat) jij aanwoekert
(dat) u aanwoekert
(dat) hij/zij/het aanwoekert
(dat) wij aanwoekeren
(dat) jullie aanwoekeren
(dat) zij aanwoekeren

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanwoekerde
(dat) jij aanwoekerde
(dat) u aanwoekerde
(dat) hij/zij/het aanwoekerde
(dat) wij aanwoekerden
(dat) jullie aanwoekerden
(dat) zij aanwoekerden

Gebiedende wijs

Imperatief

woeker aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanwoekeren

Gerundium

aanwoekeren

Onvoltooid deelwoord

aanwoekerend

Voltooid deelwoord

aangewoekerd

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.