Vervoeging van aanwerpen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanwerpen
to throw (to)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)werp aan
Verleden tijd (ik)wierp aan
Voltooid deelwoordaangeworpen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanwerpen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik werp aan
jij werpt aan (inversie: werp aan jij)
u werpt aan
hij/zij/het werpt aan
wij werpen aan
jullie werpen aan
zij werpen aan

Verleden tijd

ik wierp aan
jij wierp aan
u wierp aan
hij/zij/het wierp aan
wij wierpen aan
jullie wierpen aan
zij wierpen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanwerp
(dat) jij aanwerpt
(dat) u aanwerpt
(dat) hij/zij/het aanwerpt
(dat) wij aanwerpen
(dat) jullie aanwerpen
(dat) zij aanwerpen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanwierp
(dat) jij aanwierp
(dat) u aanwierp
(dat) hij/zij/het aanwierp
(dat) wij aanwierpen
(dat) jullie aanwierpen
(dat) zij aanwierpen

Gebiedende wijs

Imperatief

werp aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanwerpen

Gerundium

aanwerpen

Onvoltooid deelwoord

aanwerpend

Voltooid deelwoord

aangeworpen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.