Vervoeging van aanwassen

Alle vormen van het Nederlandse werkwoord.

aanwassen
to wax, to grow, to increase (to undergo growth)
separable strong
scheidbaar
Tegenwoordige tijd (ik)was aan
Verleden tijd (ik)wies aan
Voltooid deelwoordaangewassen
Volledige vervoeging van het werkwoord aanwassen: tegenwoordige tijd, verleden tijd, voltooid deelwoord, gebiedende wijs en onpersoonlijke vormen — bij scheidbare werkwoorden ook in de bijzin.

Indicatief

Tegenwoordige tijd

ik was aan
jij wast aan (inversie: was aan jij)
u wast aan
hij/zij/het wast aan
wij wassen aan
jullie wassen aan
zij wassen aan

Verleden tijd

ik wies aan
jij wies aan
u wies aan
hij/zij/het wies aan
wij wiesen aan
jullie wiesen aan
zij wiesen aan

Tegenwoordige tijd (bijzin)

(dat) ik aanwas
(dat) jij aanwast
(dat) u aanwast
(dat) hij/zij/het aanwast
(dat) wij aanwassen
(dat) jullie aanwassen
(dat) zij aanwassen

Verleden tijd (bijzin)

(dat) ik aanwies
(dat) jij aanwies
(dat) u aanwies
(dat) hij/zij/het aanwies
(dat) wij aanwiesen
(dat) jullie aanwiesen
(dat) zij aanwiesen

Gebiedende wijs

Imperatief

was aan

Onpersoonlijke vormen

Infinitief

aanwassen

Gerundium

aanwassen

Onvoltooid deelwoord

aanwassend

Voltooid deelwoord

aangewassen

Vervoegingen: Wiktionary (via kaikki.org), bewerkt, licentie CC BY-SA 4.0.